september 4, 2010 om 4:14 pm · Ingedeeld onder Gedachten
Een laptop en een flair om in bed te kruipen. Dat leek een perfect idee deze ochtend. Omgekeerde wereld zo lijkt het wel maar in een tijd die overheerst wordt door (her)examens staat die wereld die dan op het eerste zicht zo omgekeerd lijkt te zijn helemaal niet zo op zijn kop. Integendeel. Tijdens examens durft het al eens voorvallen dat ondertekende een week krijgt met daarin een maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en een vrijdag en dat er in die week die dan vijf dagen telt, vier examens vallen. Vier. Alstublieft. Maandag eentje. Dinsdag een volgende. Woensdag de voorlaatste om dan uiteindelijk via het laatste op vrijdag dood in de zetel te belanden. Of ze écht zó goed zijn gegaan blijft nog even écht spannend maar één ding is op dit moment wel al duidelijk: ik heb overleefd, overwonnen en verdien daardoor één dag complete rust. Vandaag dus. Met een laatste (!) (her)examen gepland op volgende woensdag, lukt het dus een volledige zaterdag te wijten aan rust in mijn hoofd. Ongeveer. Rust met een bed, een laptop en een flair.
Net op het moment dat mijn laptop een oranje flikkering onthulde, toevallig (of niet toevallig) van hem, sloeg ik een flair-pagina om naar een stuk over de chemie van verliefdheid, in bed. Een artikel van de volle drie pagina’s probeerde mij ervan te overtuigen dat ik kon ontdekken op welke man ik viel, val, zou vallen en meer nog, dat ik kon verklaren waarom dat zo was. Mijn aandacht werd op dat moment verdeeld tussen de man en zijn chemie en de wetenschap die dat geheel probeerde te ontrafelen. Of tussen een realiteit en een hypothese. Het duurde mij maar één seconde (zo lang duurt het volgens dat artikel om te bepalen in je hersenen of de man voor je neus echt dé man is) om te beseffen dat ik koos voor een onverdeelde aandacht voor de (en van de ) realiteit. Verklaard of niet.
Hij kruipt naast haar in de zetel. Met een boek en een cursus. Lerende. Wanneer hij merkt dat ze vol concentratie haar blik op haar papieren voor haar werpt, ook lerende, trekt hij haar aandacht door een simpel blad papier onder haar kin te duwen en haar kin op die manier naar boven te krijgen met daarbij ogen gericht op hem. Ze glimlacht en luistert even.
First time our eyes met…
Same feeling I get.
Only feels much stronger…
I wanna love you longer…
Opnieuw glijden haar ogen naar beneden over haar cursus. Hij merkt haar verdeelde aandacht en gaat met zijn hoofd praktisch onder haar hangende naar beneden naar de papieren kijkende hoofd liggen. Ze lacht, zegt iets en port met haar pen wijzend naar hem. Hij neemt de pen een fractie van een seconde over, terug porrend. Een moment later daarna houden ze de pen samen vast. Vinger over vinger. Voor eeuwig en altijd.
Het is heerlijk om, al bijtend op je lip, op zoek te gaan naar de juiste woorden die precies zeggen wat je bedoelt en hoe je het bedoelt tegen wie je het bedoelt. Die juiste woorden. Het is heerlijker om woorden te schrijven die zo mooi zijn als woorden kunnen zijn. Het is nog heerlijker om woorden te vinden waartussen je kan doorlezen, tussen de vele en lange regels door. Woorden om door te lezen. Woorden om te bewaren en te koesteren. Woorden om later nog eens te lezen of te laten lezen, opnieuw en opnieuw. En nog eens meer. Tot ze helemaal vanbinnen en vanbuiten gekend zijn. Die zalige woorden. Maar het is het heerlijkst om met je gedachten helemaal en alleen bij de persoon te zijn die je aan het schrijven bent en om je uiteindelijk de gelukzaligheid voor te stellen die de geaddresseerde zou kunnen voelen, wanneer hij of zij jouw woorden leest. Die woorden.
juli 29, 2010 om 3:12 am · Ingedeeld onder Gedachten
Op het einde van vorige week stierf mijn Thor, mijn cavia.
Er was iets aan de hand maar ik wist niet op tijd wat en kon hem dus niet voldoende helpen. Niet op de manier zoals ik dat wou of gewild zou hebben. Dus vond ik hem in een hoekje op zijn buik en weende ik tranen met tuiten voor een aantal uren. Mijn beestje had mij verlaten en na alles wat ik voor hem heb moeten doen en na alles wat ik met hem en door hem en voor hem heb meegemaakt, kon ik dat gebeuren niet zo makkelijk van me afzettenlaat staan aanvaarden. Ik had diepe pijn en het kostte een heleboel moeite van mama om me eindelijk van hem los te maken. Ik bleef met hem in mijn handen zitten. Hem strelend. Hem dingen in zijn oortjes fluisterend en hem kusjes gevend. Dikke tranen vielen op zijn rosse vacht terwijl ik mijn neus tegen die van hem en zijn oren aanwreef. Het voelde nog steeds als Thor. Enkel zijn reactie ontbrak. Zijn lieve gesnuffel terug. Zijn mijnneusaanraking. En zijn geknabbel… Ze ontbraken. Auw.
Dit opnnieuw neerschrijven doet me opnieuw in tranen uitbarsten. Want hoe stom het ook mag zijn te treuren op mijn kleine (dikke) beestje, voor mij was hij groots. Elke keer wanneer ik nu terug op mijn kamer kom, wacht ik op zijn geknabbel aan zijn kooi om mij te roepen en naar hem te lokken. Ik heb 2.5 jaren van zijn dicht gezelschap mogen genieten. En de laatste maanden nam ik hem mee naar mijn kot in Gent. En nu ben ik dat allemaal kwijt. En dat doet verdomme verschrikkelijk veel pijn…
‘Thor (Thorremans, Thorreke): Jij was de allerliefste, coolste, stoerste, rostste, dikstste,… cavia ter wereld op welke manier dan ook. Ik ga je énorm hard missen, beestje… Ook op ons kot! Kick ass daar in de cavia hemel op dezelfde manier als je hier deed… Je baasje… X!’
juli 29, 2010 om 2:48 am · Ingedeeld onder Gedachten
Ze schokt. Een traan rolt over haar ene wang terwijl ze een natte veeg maakt op haar andere. Een diepe rauwe pijn drukt op haar borstkas. Dit kan en mag niet gebeuren. Dit zou niet kunnen en niet mogen gebeuren. Edoch.
Ze opent haar armen. Woorden schieten een klein moment te kort wanneer ze een hoopje wrak voellt vallen. Hartverscheurend gesnik voelt nat aan in haar nek en oren en haar… Stil huilt ze oorverdovende tranen mee…
Snikken lopen over in ongecontroleerde uithalen die naar adem doen snakken. De pijn die ze een paar seconden voelde spreidt uit en wordt enkel erger per minuut. Ondraagelijk drukt ze de handen op de plekken waar ze pijn voelt. Haar hoofd. Haar hart. Haar buik. Alles klapt toe en weer open zodat ze in veilige armen niets van veiligheid meer voelt. Ze laat zich geleid door de pijn zakken en stort in…
Ze voelt zich naar beneden getrokken worden en volgt. Ze laat niet los maar volgt. Naar beneden op de grond. Daar beneden op de grond legt ze haar hand in woelige haren en haar mond op een luisterend oor. Ze probeert te fluisteren maar haar stem is verstikt van verdriet en angst… Ze schraapt en onderneemt een tweede poging. Woorden stromen oren binnen en blijven herhaald worden tot ze doordringen. De ene traan vindt de andere. Samen zoeken ze een weg naar beneden.
Ze hoort gefluister en trekt haar neus op. Ze tilt haar hoofd op en kijkt met betraande ogen naar een muur vol herinneringen. De muur toont beelden van vroeger. Beelden van iets minder vroeger. Beelden van een dode nu. De muur toont eigenlijk niets. Maar toch ziet ze alles. Pijnlijk hard dichtbij. Te snel te dichtbij. Ze draait zich weer in de armen tot ze niets meer ziet. Wanneer dat niet lukt, laat ze een pijnlijke schreeuw vallen.
Zij kan het niet bevatten. Zelfs zij niet. Dringen doet het niet. Niet door. Maar het moet. Zij moet kracht vinden om kracht te kunnen geven. Zij mag niet vallen om niet te laten vallen. Zij moet zijn. Ze zucht en wrijft…
Ze voelt een hand haar rug zachtjes strelen. Ze trekt zich los uit haar omhelzing en vlucht naar boven. Een klein stukje dichter naar hem toe…
juli 29, 2010 om 2:14 am · Ingedeeld onder Gedachten
Het is zomer en dat zal mijn lijf geweten hebben. Een helse drukte overvalt me alsof ik te veel geld op zak heb. Opnieuw echt vakantiewerken wordt afgewisseld met opnieuw echt genieten van vakantiedagen zoals een echte student het betaamt. Even wordt daarbij nog niet gedacht aan de zes exemplaren die op mij staan te wachten in augustus en september en verder gedefiniëerd kunnen worden als herexamens. Had ik dat detail nog niet verteld? Ik heb er zes. In totaal. Dat betekent dat er twee dingen zijn bijgekomen in het tweede semester. En dat ik de strijd die ik de afgelopen tien maanden gevoerd heb, half gewonnen heb. Op dit moment. En het betekent nog meer dat ik een tevreden mens was op het punt van het einde van het jaar wanneer de punten werden bekend gemaakt. Ik wist al van vier herexamens en er na een helse moeilijke periode met heel wat nustopikervolledigmeewantikhebaleendiplomaenikmoethierveeltehardvechtenvoorniets-momenten máár twee moeten bijtellen is een klein stukje hemel. Ik content. Iedereen content. Tot ik effectief aan die zes stukjes hel begin. Waarschijnlijk. Maar zoals een aantal seconden geleden vermeld is er momenteel nog maar weinig tot geen tijd geweest om daaraan te denken. Er waren werkjes. Er waren afspraakjes. Er waren feesten. Er waren kleinere feestjes. En er waren problemen. Eén voor één zaken die zorgen voor een totaliteit aan drukte. En zo vloog er alweer een maand voorbij. Alsof er niets gebeurde…
Ze twijfelt. Stopt en draait zich terug op haar voorzichtige stappen. Ze ziet dat hij nog steeds glimlachend naar haar staat te kijken en draait zich met haar volledige lichaam naar hem toe. Zij kijkt naar hem. En hij kijkt naar haar. En zo blijven ze enkele seconden (Of waren het minuten?) staan… En dat is goed zo. Zijn glimlach bevriest en verstart bij het zien van de droevige blik in haar ogen. Op hetzelfde moment leest hij haar diepste gedachten en weet precies wat ze voelt. Hij voelt hetzelfde. Hij wil niet dat ze weggaat. Evenmin wil zij weg. Maar het moet. Anders kan het en lukt het en mag het niet. Te gevaarlijk voor haar. Voor hem. Voor hen? Diep in gedachten verzonken schrikt hij wanneer ze kucht… Hij kijkt opnieuw op. Een krul hangt speels voor haar ene oog en maakt haar onweerstaanbaar… Bedolven onder deze oncontroleerbare emotie, neemt hij een stap in haar richting. Zij ziet hem die stap nemen en twijfelt geen seconde meer… Voor de tijd die hen nog even rest, vliegt ze hem (Terug?) in de armen. Een zucht van verlichting en genot valt over hen neer. Voor de tijd die hen nog rest… Nog even…
april 12, 2010 om 11:28 pm · Ingedeeld onder Gedachten
I would hold you in my arms. I would take the pain away… There’s nothing I wouldn’t do to hear your voice again… Sometimes I want to call you but then I know you won’t be there…
Some days I feel broke inside but I won’t admit… Sometimes I just wanna hide ’cause it’s you I miss. And it’s so hard to say goodbye when it comes to this… There’s nothing I wouldn’t do to have just one more chance to look into your eyes and see you looking back.
If I had just one more day I would tell you how much that I’ve missed you since you’ve been away…